|
WILLEM NIJHOLT Dane Beerling, 12 september 2011
Op 11 september 2011 werd, in het radioprogramma “Met het oog op morgen”, Willem Nijholt door John Jansen van Galen geïnterviewd. Als muzikaal introotje werd het krontjongliedje Ajo mama, djangan mama marah beta, tjoema-tjoema dia tjioem beta* enz. gespeeld. Dat was vanwege Nijholts Indische achtergrond. Hij is in Nederlands-Indië geboren, maar in het interview had hij het steeds over Indonesië.
De reden voor het interview was de verschijning van zijn boek Met bonzend hart. Brieven aan Hella S. Haasse. (Uitgeverij Querido).
Tegen Jansen van Galen zei Nijholt dat hij geen Indisch bloed heeft, zijn beide ouders zijn Hollands. Hij is dus een totok. Maar kennelijk is ie toch wel een béétje Indisch, gezien zijn bijdrage aan het programma “Tante Lien”, waarin hij, zo zegt hij zelf, met Van Dort Petjok sprak. Petjok?
Jansen van Galen constateerde dat Nijholt in zijn Met bonzend hart, brieven aan Hella S. Haasse, nogal wat kritiek heeft op het slordige Nederlands dat in Nederland gesproken wordt. Nijholt heeft gelijk: bijvoorbeeld in het Nos-Journaal wordt vrouwen nogal eens vrauwen (vrauwentennis). En eindigen zinnen vaak met een a inplaats van met een n. Zij die de r in de keel uitspreken, (brouwen), met een zachte g spreken, ‘moeten dat afleren!’, zei Nijholt.
Kritisch zijn mag, maar als je de antwoorden op vragen van Jansen van Galen lardeert met Maleis (of Indonesisch), dan moet je dat natuurlijk óók goed doen en niet blakan zeggen als je belakang (achter) bedoelt.
Hij heeft heel lieve herinneringen aan de bedienden en noemt ze allemaal bij hun naam. Wat reuze knap is van Nijholt die nauwelijks acht jaar was toen hij voorgoed afscheid van ze moest nemen omdat hij naar het ‘Jappenkamp’ ging. Maar mijn tenen stonden krom toen hij babóe zei inplaats van baboe (met een licht accent op ba).
-------------
*Toe moeder, wees niet boos op mij, hij heeft slechts vergeefs geprobeerd mij te kussen enz.
|