'VUILZAKKEN’, Dane Beerling 2009. Geplaatst in de Amsterdamse Wijkkrant Zuid-West nummer 235 / november 2009
Donderdag, 1 oktober 2009, een dag nadat het huisvuil in onze straat was opgehaald. Voor mij uit liep een man, bewoner van onze straat, op het oog een keurige vent, maar in beide handen een vuilniszak. Hij was op weg naar de containers. Ter plekke probeerde hij of hij een van de zakken in zo’n container kon proppen, wat niet lukte. Hij zette de twee zakken tenslotte bij de vier of vijf die er al stonden.
“Ik kan me voorstellen dat het heel vervelend is dat u uw vuilniszakken niet in de container kan krijgen, maar dat is geen excuus om die vervolgens zomaar tussen de containers neer te smakken. Uw zakken zijn een prooi voor meeuwen en ratten!”, hield ik hem voor.
“Wat moet ik dan?”
“Aanstaande zaterdag komen ze weer vuil ophalen.”
“Maar dan ben ik op vakantie, ik ga voor drie weken weg.”
“U gaat met vakantie, maar laat uw troep voor ons op straat achter. Vaak krijgen allochtonen de schuld, niet altijd ten onrechte, maar dat autochtonen zoals u dat ook doen, hoor je nooit.”
“De vuilnisdienst dient die rommel op te ruimen.”
“Dat doet die ook: woensdags en zaterdags.”
“Ik praat niet langer met u. Discussie gesloten.”
Ik riep naar zijn rug: “We zijn niet blij met nieuwe bewoners als u, meneer.”
Hij verdween schielijk achter zijn huisdeur.
Ik wilde mijn weg vervolgen, maar een buurman van de ‘vuilniszakkenman’, hoorde ik halfluid commentaar leveren. Ik vroeg hem wat ie te zeggen had.
“Ik ben het met m’n buurman eens dat de Reinigingsdienst de troep bij de containers moet opruimen.”
Heeft het zin om ‘vuilzakken’ op hun hufterig gedrag aan te spreken? Ja, natuurlijk heeft dat zin!
Laatst probeerde iemand grote hoeveelheden hout bij de containers neer te smakken. Een buurtbewoner sprak hem daarop aan, maar de ‘houtman’ repliceerde met: “Ik mag dit spul hier wel degelijk neerzetten.”
“Nee, dat mag u niet.”
Ik was erbij gaan staan en steunde de buurtbewoner.
“U bent zeker ook zo iemand die hier vuilnis neer dondert?”
De ‘houtman’: “Nee, dát doe ik nooit. Maar OK, ik neem dat hout wel weer mee naar huis.”
Ik feliciteerde de buurtbewoner en deed vervolgens, welhaast juichend, verslag bij de neringdoende op de hoek.
“Ja, goed zo! Ik erger me elke dag rot aan die lui met hun troep! Je krijgt er ratten van. Straks raak ik m’n klanten nog kwijt!”
Ik ging neuriënd naar huis.
Een dag later ‘s middags riep de neringdoende naar me: “Heej, die kerel van gisteren, van dat hout, weet je nog?”
“Tuurlijk!”, lachte ik, want van succes kan je niet lang genoeg genieten.
“Hij stond vanmorgen lange latten in de papiercontainer te gooien!”