Home Archief
KJBB '41-'49 PDF Print E-mail

 

 

 

 

 

 

 

KJBB '41-'49 NIEUWS...

Nieuwste bijdrage aan affaire KJBB: brief van ex-voorzitter Dr. Ir. H.Th. Bussemaker , die er niet om liegt.

 

 

 

Van: Dr. Ir. H.Th. Bussemaker

 

 

 

Hugo de Grootlaan 16

 

 

 

2105 TN Heemstede

 

 

 

Tel. 023 – 528.0070

 

Aan: de Voorzitter van de KJBB

Mr. J.G. Tielenius Kruijthoff

Nienoord 5

1112 XE Diemen

 

Heemstede, 22 juni 2009

 

Geachte heer Tielenius Kruijthoff,

 

Op de ALV van de Vereniging KJBB op zaterdag 20 juni 2009 bleek mij, dat U bij de behandeling van punt 9 van de agenda helaas niet in staat was een definitieve streep te trekken onder de ruzies, welke de KJBB reeds sinds 2005 verscheuren, door zich aan de zijde van de aanklagers te scharen. Deze ruzies zullen nu voortduren en uiteindelijk het einde van de KJBB versnellen. Ik betreur dit ten zeerste, juist omdat ik mij tijdens Uw zogenaamde onderzoek naar het handelen van het Bestuur in de periode 1999 – 2006 zeer constructief heb opgesteld en U zelfs toegang heb verschaft tot mijn privéarchief, berustend bij het NIOD. Ik deed dit, omdat ik in de overtuiging verkeerde, dat mij geen ernstige zaken te verwijten waren en dat daarom volledige opening van zaken de waarheid aan het licht zou brengen.

Helaas herkende ik deze grootmoedigheid niet in het door U onder punt 9 gehouden requisitoir, waarin grove onwaarheden voorkwamen en waarin U zich in feite volledig schaarde achter de grotendeels loze beschuldigingen van de heren Kroon en Wijnveld. Ik zal dit hieronder nader aanduiden. U gaf daarbij de aanwezige leden de indruk het te betreuren, dat om politieke redenen het niet mogelijk was mij voor royement voor te dragen.

Bij deze trek ik met onmiddellijke ingang mijn toestemming aan U in om mijn privéarchief bij het NIOD te raadplegen. Per separaat zal ik de beheerder hierover informeren. Ik nam aan, dat ik met dit gebaar naar U toe de kritiek van de aanklagers zou ontzenuwen, dat ik alles in de doofpot wilde stoppen. Mijn geste heeft U kennelijk niet kunnen overtuigen van het ongelijk van de klagers.

Zeer kwalijk acht ik het feit, dat U het kennelijk onnodig vond mij vooraf te berichten over de conclusies van Uw onderzoek. U heeft mij eind mei uitgenodigd daarvoor begin juni naar Diemen te komen. De afgesproken datum van 9 juni 2009 werd echter door U afgezegd wegens het niet kunnen verschijnen van de heren Kroon en Wijnveld. In Uw brief van 7 juni 2009 aan mij geeft U aan, dat U met betreffende brief  mij over de stand van het onderzoek informeert. Welnu, het enige onderwerp dat U in deze brief behandelt, is het onderzoek naar de behandeling van de heer Ruig c.s. door het toenmalige bestuur. De door U in de brief getrokken conclusies heb ik bestreden in mijn brief aan U van 9 juni 2009. Desondanks blijft U op de ALV volhouden, dat er sprake van was, dat ik als voorzitter op de hoogte was van de naar Uw mening volstrekt onvoldoende administratieve organisatie van de KJBB en kenmerkt U de penningmeester en mij als volstrekt ondeskundigen, die bovendien van alles deden om deze stand van zaken in de doofpot te stoppen ondanks signalen van enkele welmenende leden. Ik acht een dergelijke handelwijze zeer onfatsoenlijk. Bovendien werden de drie andere punten van de aanklacht tegen mij en de penningmeester op de ALV uitgebreid door U behandeld, terwijl Uw tekst vooraf niet met mij is besproken. Toen ik daarop tijdens de ALV het woord vroeg om commentaar te geven, werd mij door U het woord ontnomen.

Ik acht het daarom van groot belang om in deze brief vast te leggen, wat ik wel en wat ik niet met U overeengekomen ben in de met mij gevoerde gesprekken en correspondentie, zodat toekomstige onderzoekers geen eenzijdig beeld krijgen van de gang van zaken binnen de KJBB en roddels en achterklap hopelijk vermeden worden. Ik zal om die reden aan deze brief dan ook een grote verspreiding geven. 

1.      De aanklacht van de heren Kroon en Wijnveld betrof vier punten: Financieel wanbeleid tijdens mijn voorzitterschap 1997 -2002.

2.      Betrokkenheid bij benoeming van de heer Wolfswinkel voor een 4e termijn in het bestuur.

3.      Steun aan de mij opgevolgde voorzitter in de periode 2005 – 2007.

4.      Betrokkenheid bij de kascontrolecommissie over 2005.

 

Ad punt 1. Financieel wanbeleid.

U baseert Uw uitspraken in deze voornamelijk op een door de accountant van de SFMO opgesteld rapport over de administratieve organisatie van de KJBB na zijn gesprek met de penningmeester op 19 september 2002. Ik heb U in mijn brief van 9 juni 2009 aangegeven, dat wij als bestuur dit rapport nooit ontvangen hebben. U bevestigt dit zijdelings met Uw bevinding dit belangrijke rapport ook niet in mijn privéarchief te hebben terug gevonden. Ik heb dit op de ALV van 20 juni 2009 ook nagetrokken bij de heer Leo van Dijk. Deze bevestigde mij ook nooit zo’n rapport ontvangen of gezien te hebben. Van de toenmalige penningmeester heb ik begrepen, dat hij in januari 2003 door de toenmalige secretaris van de SFMO is gebeld met de mededeling, dat de SFMO als reactie op de brief van de heer Ruig aangaf, dat Ruig gelijk had met zijn constatering, dat de heer van Ee geen accountant was en dat conform de statuten van de KJBB een accountantsverklaring noodzakelijk was teneinde voor verdere subsidieverlening in aanmerking te komen. Het Bestuur heeft er toen voor zorg gedragen, dat in het vervolg accountant Van Seventer de jaarstukken ondertekende. Het rapport van de SFMO-accountant met zijn kennelijk denigrerende opmerkingen over onze administratieve organisatie is dus nooit ter kennis van het Bestuur gekomen. Ik kon daarom geen kennis hebben van de bevindingen van de SFMO-accountant. Ik heb U deze informatie verstrekt in mijn brief aan U van 9 juni 2009 en acht het weinig integer van U, dat U op de ALV de penningmeester en mij blijft beschuldigen van het kennis hebben over een malfunctionerende administratie.

Bij het onderhoud op 7 mei 2008 heb ik U uitgelegd, dat het jaar 1998 een “penningmeesterloos jaar” was. Voor ons als bestuur was dit een ramp. De boekhouder, de heer Ferry Koper, werkte met een Excelprogramma, dat niemand begreep. Via de secretaris, Riet Hobma, kreeg het bestuur de naam door van Kees Wolfswinkel, die bij een andere organisatie, waar zij in het bestuur participeerde, ook penningmeester was en bereid bleek ons bij te staan. De heer Wolfswinkel verdiende de kost met een eigen bedrijf op het gebied van adviezen voor (levens)verzekeringen en was op financieel gebied zeker deskundig. Uw kwalificaties van hem als ondeskundig persoon is voor Uw rekening. Uw kwalificatie van mij als financieel ondeskundig persoon is wel terecht, en dat heb ik U op het onderhoud van 7 mei 2009 ook aangegeven. Maar juist daarom was ik blij met Kees Wolfswinkel als de nieuwe penningmeester.

Op de ALV verschafte U bovendien informatie over het optreden van het Bestuur tegenover de heer Slottje, welke volledig bezijden de waarheid is. Deze waarheid had U in mijn privéarchief kunnen terug vinden, maar die moeite heeft U kennelijk niet genomen. De heer Slottje functioneerde als vicevoorzitter steeds minder in het Bestuur. Het ging daarbij om algemeen bestuurlijke zaken, maar ook financiële zaken. Tenslotte weigerde hij om zijn handtekening onder de jaarstukken te plaatsen vanwege een verschil van mening met de penningmeester over een gering bedrag. Na de ALV van 2000 werd in het bestuur unaniem een motie van wantrouwen ingediend, waarna hij geschorst werd tot de daaropvolgende ALV. De geschillencommissie onder leiding van de heer Van der Wal constateerde toen het gelijk van het Bestuur, waarop de heer Slottje aftrad, maar in de ALV van 2001 nog de gelegenheid van het bestuur kreeg om zijn standpunt toe te lichten. Ik heb hem toen als afscheidsgeschenk nog zelfs een fles wijn gegeven! Ik verwerp dan ook elke beschuldiging, dat de heer Slottje ten onrechte en omdat hij het niet eens was met het financiële beleid uit het bestuur is gezet. Ik betreur het bovendien, dat U niet de moeite heeft genomen de door de heer Slottje aan U geschreven brief met mij te bespreken en acht dit achterhouden van mij onbekende informatie  manipulatief en onjuist.

Op de ALV van 20 juni 2009 kwam de heer Van der Wal met de opmerking, dat het voldoende was geweest als voorzitter en penningmeester de jaarstukken hadden getekend. Bij andere Verenigingen is dat heel normaal en daar heeft hij gelijk in. Maar juist in de KJBB bestond al vanaf de oprichting de traditie, dat het gehele Bestuur verantwoordelijkheid nam voor de jaarstukken door deze met zijn allen te tekenen. Dit was niet statutair vastgelegd maar een gebruik gezien de wel in de Statuten vermelde eenheid van bestuur (Artikel 11, sub 12). Gezien deze cultuur was het dus wel degelijk een ernstige zaak, dat de heer Slottje deze eenheid van Bestuur verbrak door niet te willen tekenen.

Samenvattend kom ik tot de conclusie, dat mij niet verweten kan worden kennis te hebben gehad van een rommelige financiële administratie en noch minder dat ik die kennis in de doofpot zou hebben willen stoppen. Ik concludeer, dat de heer Ruig gelijk had met zijn commentaar betreffende de statutair noodzakelijke verificatie van de jaarstukken door een accountant, maar dit punt hebben wij als bestuur na het onderzoek van de SFMO geïmplementeerd. Tenslotte concludeer ik, dat ik het oneens met U moet zijn betreffende de behandeling van de heer Slottje door het bestuur. Hij verdient geen excuses, de heer Ruig wel.

 

2. Betrokkenheid bij de benoeming van de heer Wolfswinkel tot een 4e termijn.

 

 

U geeft aan, dat de rechter hier in juni 2006 in kort geding een uitspraak over heeft gedaan, waarin een 4e bestuurstermijn van de heer Wolfswinkel uitgesloten werd. De aanklagers, maar ook U, vermeldden niet, dat er een precedent bestond, aangezien het jaar daarvoor mevrouw Suze Kroon als vicevoorzitter in 4e termijn was benoemd. De rechter wist dit niet. Terecht heeft de dagvoorzitter van de ALV van juni 2007 mevrouw Prins van COGIS, na raadpleging van juristen, bepaald, dat de rechter kennelijk niet goed was geïnformeerd en de heer Wolfswinkel voor de geleden schade financieel heeft gecompenseerd. Het verbaast mij, dat U als jurist blijk gaf het hier niet mee eens te zijn door Uw opmerking op de ALV, dat de KJBB hiermee een financiële strop had geleden. Een weinig sportieve opmerking.

 

 

Tevens meldde U, dat ik een soort kaart had ontworpen met een cartoon van de vier leden van de KJBB, die het kort geding hadden aangespannen. Deze informatie is volstrekt onwaar.  De kaart met cartoon was van een kennis. De verdere verspreiding van de kaart had ik echter niet mogen doen. Ik heb daar de heren Kroon en Wijnveld op de bijeenkomst van 7 mei 2008 ook mijn verontschuldigingen voor aangeboden. Ik nam aan, dat deze zaak daarmee afgesloten was. Ik verbaas mij erover, dat U gemeend heeft dit opnieuw te moeten memoreren in de ALV.      

 

3. Steun aan de heer Wolfswinkel gedurende de periode 2005 – 2007.

 

De aanklagers verwijten mij, dat ik geïnterfereerd heb in de ruzie, welke in september 2005 in het Bestuur was uitgebroken tussen de heer Wolfswinkel (voorzitter) en de heer Holtland (penningmeester) enerzijds en de overige bestuursleden inclusief de secretaris en vicevoorzitter anderzijds. U verwijt mij in het openbaar, dat ik het ontslag van Wolfswinkel en Holtland ongedaan heb gemaakt tot 1 januari 2006, waarna een door mij geformeerd interim-bestuur aantrad. Er was echter geen andere keus, teneinde de KJBB niet uit elkaar te laten vallen. Bovendien hadden beide partijen mij als bemiddelaar geaccepteerd.

Om dezelfde reden had ik geen andere keuze dan na het uiteenvallen van het interim-bestuur de heren Wolfswinkel en Holtland te vragen om als interim-bestuurders de ALV van 2006 voor te bereiden. De drie overige bestuursleden waren daartoe niet bereid en in staat. Ik houd staande, dat door dit ingrijpen ik de KJBB heb behoed voor uiteen vallen. U schaart zich echter achter de aanklagers, die menen hierachter een duister plot te ontdekken om de heer Wolfswinkel op het pluche te hijsen. Die had zichzelf echter al teruggetrokken uit het na de ALV van juni 2006 te formeren bestuur, al voordat de rechterlijke uitspraak dat ook juridisch onmogelijk maakte. Ik betreur het zeer, dat U in deze zaak kennelijk de kant van de aanklagers heeft gekozen.

 

4.      Betrokkenheid bij de Kascontrolecommissie over 2005.

 

U verwijt mij als voorzitter van de Kascontrolecommissie een dubbelrol te hebben gespeeld. De kascontrolecommissie zou volgens de heer Agerbeek (penningmeester van het inmiddels afgetreden demissionaire bestuur) namelijk ook de rekeningen van de projecten van het Gebaar moeten controleren, terwijl ik zelf projectleider van een van deze projecten was. U vergeet (?) te melden, dat in mei 2005, toen ik in de KCC kwam, deze gehele problematiek nog niet speelde. Begin-2005 had het Bestuur immers bepaald, dat de gelden van Het Gebaar niet in de jaarstukken van de Vereniging zouden worden opgenomen. Ik zou dus zeker mijzelf niet controleren als voorzitter van de KCC. De heer Kroon, ook lid van de KCC, was echter in 2006 een andere mening toegedaan en botste daarover hevig met mij.

Achteraf gezien waren beide opties reëel: de fondsen van het Gebaar op te nemen in de jaarstukken, of dat niet te doen. Ik heb dan ook in de bijeenkomst van 7 mei 2008 aangegeven, dat ik hierin wat soepeler had kunnen zijn, met de kennis van nu. Ik meende, dat daarmee dit punt afgesloten te hebben. Maar op de ALV van 20 juni 2009 kwam U hier weer op terug om mijn rol in deze zeer denigrerend voor het voetlicht te brengen. Ik acht dit onsportief en niet fair.

Terugblikkend op Uw behandeling van punt 9 op de ALV kan ik niet anders concluderen, dan dat U partijdig bent geweest door de kant van de aanklagers te kiezen. Dat is Uw goed recht, maar mijn goed recht is om dat te signaleren. Ik heb niet het gevoel - en met mij velen op deze ALV - dat U als voorzitter/onderzoeker boven de partijen stond. Het is achteraf gezien   een foute beslissing geweest, dat U als voorzitter  zelf het onderzoek ter hand heeft genomen. U werd daarmee in deze zaak de Officier van Justitie, en niet de onpartijdige Rechter, die boven de partijen staat.

Persoonlijk heb ik de contacten met U over deze zaak als zeer onprettig ervaren. U ging verdachtmakingen en insinuaties aan mijn adres niet uit de weg. In 2008 heb ik U daar zelfs een persoonlijke e-mail over gezonden. Het werd toen even wat minder. Wat ik U bovendien zeer kwalijk neem, is het ontbreken van enig gevoel voor fair play. Ik wil dit illustreren met Uw toezegging op de ALV van 9 september 2008 om de heren Wolfswinkel en Beerling te informeren, dat alle beschuldigingen aan hun adres van verduistering van gelden van Het Gebaar volkomen uit de lucht gegrepen waren en dat zij daarover een brief zouden ontvangen. Ik heb begrepen, dat zij nog steeds op die brief zitten te wachten. Deze kleinzieligheid en rancune vielen mij ook op in Uw contacten met mij. Zo gaan wij binnen de KJBB niet met elkaar om.

Om die kleinzieligheid te illustreren het volgende. Bij de opening van de ALV op 20 juni 2009 memoreerde U terecht de aanwezigheid van de heer Huub Beckers als oud-(interim)Voorzitter van de KJBB. Ik zat naast hem en verwachtte, dat ook ik als oud-voorzitter welkom zou worden geheten. U sloeg mij echter om U moverende redenen over, terwijl ik wel zes jaar voorzitter van de KJBB ben geweest.

Het zal U duidelijk zijn, dat ik met weinig genoegen terugkijk op het verloop van de ALV.

w.g.

Herman Bussemaker

  

Andere eerdere briefwisseling:

Passage uit brief 1, ondertekend door KJBBvoorzitter J.T.Kruythoff;

Dane Beerling: Dit is de eerste keer dat door de KJBB op mijn al op 25 juli 2007 ingediende rekeningen wordt gereageerd.

KJBB (vervolg)
De secretaris van de KJBB schrijft 18 november 2008, dat er een onderzoek is geweest ´naar aanleiding van een hiertoe ingediende aanvraag
(…) om tot een constatering van feiten te komen. Ten einde in dezen een zorgvuldig onderzoek te bewerkstelligen heeft het bestuur zich tot een externe onafhankelijke accountant gewend.`
Hij verwijst naar de bijgaande rapportage van die accountant. De conclusie van de accountant luidt
: ´Bij deze controle c.q. bevindingen over de jaren 1997 t/m 2006 is m.i. niet geconstateerd dat er sprake is geweest van frauduleuze handelingen´.
Voor ons niet verassend. En nu die excuusbrieven de deur uit en ook de achterstallige rekeningen voldoen. En, uiteraard, ophouden met het blijven beschadigen van mensen.


Lees ook de hieronder volgende vorige artikelen over dit onderwerp
"KJBB
Het bestuur van de Vereniging KJBB 1941-1949, heeft op de Algemene Ledenvergadering van 9 september jl. aangekondigd, dat excuusbrieven klaar liggen om verstuurd te worden aan een tweetal mensen. De adressanten werden door dat bestuur ten onrechte van diefstal van gelden beschuldigd, die gelden waren nooit zoek. Het is nu, bij het schrijven van dit bericht, 19 september 2008, maar de brieven zijn nog steeds niet ontvangen. 
Intussen is het bestuur van die club intern bezig te zoeken naar gelden die echt verdwenen zijn: 600 Euro plus en nog eens ruim 700 Euro, samen bijna anderhalf duizend Euro! Ik zou zeggen; bestuur, stuur de brieven nu maar zo gauw mogelijk, dan heb je je handen vrij om de echte dieven in hun nekvel te grijpen. Ga eens kijken bij de man die verleden jaar (misschien ook nu nog) uw penningmeester was."
Uit: de laatste Tjabé Rawit Spésial     
(nummer 85), september 2008.

 

BESTUUR VAN VERENIGING KJBB ’41–’49 SCHAADT MENSEN
Nota bene: KJBB staat voor Kinderen uit de Japanse Bezetting en de Bersiap.

 

‘VERDACHT’
Al veel langer dan een jaar (vanaf 2006) gingen geruchten bij de Vereniging KJBB ’41-’49 - en ook daarbuiten - als zou iemand € 1.000,00 van geoormerkte projectgelden van Stichting Het Gebaar naar eigen rekening gesluisd hebben. We berichtten daar eerder over in Tjabé Rawit Spésial nummer 74 en op onze site.
Sindsdien is er in die zin bij de Vereniging KJBB ’41-’49 niets veranderd. Maar nu ineens wel. Bij geruchte hebben wij vernomen dat zaterdag, 19 januari 2008, tijdens een bijeenkomst van het bestuur van de KJBB ’41-’49 en haar kaderleden, door de voorzitter J. T.K.*), opening van zaken werd gegeven over de ‘zoekgeraakte’ € 1.000,00. Na optellen en aftrekken, nu op correcte wijze, blijkt dat alles wel degelijk klopt en de duizend Euro niet zijn gejat. Het komt erop neer, zo zei hij, dat de twee van diefstal beschuldigden, respectievelijk C.J. W.*) en D.W. B.*) geen blaam treft. Ter plaatse bood hij zijn excuses aan. Nota bene: het van diefstal betichtte duo was niet aanwezig omdat ze bestuurs- noch kaderleden zijn. Een is zelfs geen lid van de Vereniging KJBB ’41-’49.
Nu, ruim twee weken geleden, is het tweetal zelf nog steeds niet op de hoogte gesteld van hun ‘rehabilitatie’, is hun naam niet gezuiverd. Hoe lang mag je onschuldige mensen blijven beschadigen?
We hebben niet gehoord of tijdens de genoemde bijeenkomst aan de orde is geweest dat de vereniging voornoemd, dat met name de penningmeester H.C. v. W.*), 700,00 Euro van geoormerkte gelden n.l. van een project, heeft gebruikt om de uitgave van een van de edities van het verenigingsblad Kawatberichten mogelijk te maken, of het verzenden daarvan, terwijl zoiets helemaal niet in de begroting van dat project is opgenomen.
Wie is eigenlijk een dief?
*) volledige naam bij redactie bekend.

 

Volgende keer in deze rubriek: KJBB betaalt rekeningen niet.

In voorbereiding: Zwartboek over deze en andere bestuurs- en andere KJBB-affaires.

Eerder door ons gemeld:
KULIT BADAK (dikhuidig)
Vereniging KJBB ’41-’49 is in zwaar weer terechtgekomen. De nieuwe kapitein en zijn al even nieuwe staf, vooral gesteld op status en zojuist nog pronkend met hun strepen, links en rechts bevelen uitdelend, blijken in de praktijk nitwits en niet bij machte om het S.S. KJBB op koers te houden. Er is geen vertrouwen bij de leden. Die laten de sloepen zakken en verlaten zo het schip.

Er zijn wel vaker problemen met Nederlands-Indische verenigingen: Het Indisch Cultureel Centrum, ooit met veel bombarie aangekondigd, werd een (financiële) flop, wat ook het geval is met het Indisch Huis. Weliswaar is er sprake van het onderbrengen van wat daarvan nog over is naar een andere plek, maar fraai is het allemaal niet. Dergelijke rampen zijn de Vereniging KJBB ’41-’49 steeds bespaard gebleven en kon zij zo’n twintig jaar blijven bestaan. Dat had alles te maken met de kundigheid van de bevlogen idealistische oprichters en hun belangeloze inzet (en die van enkele van hun opvolgers). Behoefte aan status hadden de belangrijksten onder de oprichters niet, de oprichters, hebben de vereniging ook lange tijd geleid en met succes: het werd de grootste Nederlands-Indische vereniging. Een huis met vele kamers waarin de idee van “eenheid in verscheidenheid” werkelijkheid werd. De ‘kamers’ (werkgroepen en regio’s) hadden ieder een eigen karakter.
Eerst waren er zelfhulpgroepen, daarna kwamen de ‘regio’s’ en zo waren er plekken dichterbij de hulpzoekers. Waarna andere werkgroepen kwamen, steeds weer ‘nieuwe loten aan de stam’, totaal een stuk of twaalf. Het le-dental groeide gestaag. De KJBB-stand op de Pasar Malam Besar, bescheiden in omvang, kon, naar verhouding, in aantallen bezoekers bijna concurreren met die van de eettentjes. En dat wil voor een Pasar wat zeggen hoor! Het was een fantastisch gevoel steeds voor de vrijwillige medewerkers.

Eén van de eerste werkgroepen was de Werkgroep Jeugdvoorlichting. Dé reden voor mij om lid van de KJBB ’41-’49 te worden. Je werd er ‘geschoold’ tot gastdocent, waarna je scholen bezocht om daar, aan de hand van je ei-gen ervaringen (als kind) over de oorlogen in Indië te verhalen. Het is dankzij deze ‘gastdocenten’ dat leemtes in kennis op het terrein van de vaderlandse geschiedenis, met name op die van het voormalige Nederlands-Indië, hier en daar op scholen, enigszins werden opgevuld. Er was ook een Werkgroep INOG (Indische Na Oorlogse Genera-tie), die is een financiële slokop gebleken, maar bleef toch ontevreden en vertrok tenslotte onlangs, met een der sloepen van het S.S. KJBB, om ‘voor zichzelf te beginnen’. Een restant, een of drie leden, is nog bij de KJBB ge-bleven, maar een Werkgroep kan je het niet echt meer noemen. Werkgroep Regio Noord ging al eerder voor ‘zich-zelf’, met medeneming van het adressenbestand van leden uit die contreien waarvoor de KJBB verantwoordelijk was en is.

De KJBB ‘41-’49 is nog steeds de grootste Nederlands-Indische vereniging, maar van de ruim 2000 leden in 2005 zijn er nu misschien nog maar zo’n 900 over.

Bij allerlei verenigingen zijn altijd wel ontevreden lui. Vaak lieden die zelden of nooit een vrijwilligerspoot uitsteken. Ook bij de KJBB heb je ze. Tijdens Algemene Ledenvergaderingen zijn zij het die de her en der in de zaal opge-stelde microfoons bezetten om ‘hún zegje’ te doen. Ach, wie kent ze niet? Dat ze, deze onruststokers en verziekers van de atmosfeer, in de meeste gevallen door de anderen uitgekafferd worden, interesseert ze niet, kulit badak als ze zijn.
En ze zijn hardnekkig. Onlangs werd, bij gebrek aan kandidaten, door een zeer grote meerderheid van de aanwe-zigen akkoord gegaan met het in zijn functie houden van voorzitter W. (volledige naam bij red. bekend) ondanks dat zijn zittingstijd er op zat. Dat zinde de kulit badak-minderheid niet. Dat is tenslotte op een rechtszaak (jazeker!) uitgedraaid en W. werd door de rechter gedwongen om met onmiddellijke ingang zijn voorzitterschap op te geven. Een andere bestuursfunctie mocht hij ook niet meer bekleden. Bovendien werd hij veroordeeld tot het betalen van de gerechtskosten. ‘De microfoonbezetters’ waren in een juichstemming. Anderen vonden principieel dat de vere-niging voor de gerechtskosten moest opdraaien: het waren de leden immers die in meerderheid de voorzitter wil-den handhaven? Maar de vereniging was (is) slecht bij kas. Er werd een bankrekening geopend en iedereen ge-vraagd om daar geld op te storten. Dat hield niet over, dus moest de KJBB grotendeels toch zelf voor de kosten opdraaien (en daar waren ook nog deurwaarderskosten bijgekomen!). Het lachen verging de ‘microfoonbezetters’-initiatiefnemers van de rechtszaak.
De voorzitter heeft zijn geld inmiddels weer terug. De KJBB echter zit nu nóg meer in de financiële problemen. En dat is nog lang niet alles.

Uit zijn duim gezogen…
Eén van de nitwits van hierboven, penningmeester H.C. v. W., beschuldigde ex-voorzitter W. van het doorsluizen van € 1.000,00 naar eigen rekening. Een leugen die voornamelijk te wijten was aan de onkundigheid van deze ‘meester’ van de KJBB-penningen. Een jurist, R. v.d. W. die dat bericht van de nitwit H.C. v. W. opving, verspreid-de dat onmiddellijk op tamelijk grote schaal. Zo kon ook hij die voorzitter W. te grazen nemen. Hij bleef zijn € 1000-bericht’ naar vele kanten spuien, ook nadat hij wist dat dat niet klopte. Toen de penningen-nitwit erop gewezen werd dat zijn beschuldiging niet klopte, ontkende hij dat die van hem kwam. Hij ging nog verder en zei: R. v. d. W. heeft dat uit z’n duim gezogen! Maar er was geen houden meer aan. De penningen-nitwit moest tenslotte wel op de knieën. Wat niet van harte ging, omdat ie geen berouw had van zijn smeerlapperij.

Ik zou als ik die penningen-nitwit was, me nergens meer durven vertonen. Maar ook hij blijkt een kulit badak. Hij was geen bestuurslid meer, maar staat bij de Kamer van Koophandel nog steeds als penningmeester van de KJBB ingeschreven – nog maanden nadat een nieuw bestuur was aangetreden en misschien wel tot op dit moment - en doet betalingen, zoals die van de kosten van de rechtszaak. Hoe ken, iya!
Ik weet niet welke invloed hij op het nieuwe bestuur heeft, maar opvallend is dat opnieuw iemand vals wordt be-schuldigd, per brief nu van de secretaris van de KJBB ’41-’49 de heer E. v. S.. Een man die H.C. v. W. graag bij de hand heeft, bijvoorbeeld als contactpersoon van projecten die door Stichting Het Gebaar inhoudelijk van belang zijn bevonden en de uitvoering financieel gehonoreerd. Die H.C. v. W. heeft echter van dat contactpersoon zijn in het verleden een enorme rotzooi gemaakt.
E. v. S.’s beschuldiging betreft ook nu weer € 1.000,00. Fantasieloos, maar voor de nieuwe beschuldigde B. is het wel degelijk net zo schadelijk als toen voor W. toen hij werd beschuldigd.
Deze nieuwe € 1.000-affaire leverde het hieronder volgende stukje op dat ik (en anderen) als folder verspreid.
De namen van de met initialen aangeduide personen zijn bij de redactie bekend.

OPNIEUW VIRUSUITBRAAK BIJ NEDERLANDS-INDISCHE VERENIGING!

Gevoed door wantrouwen en persoonlijke rancune, heeft ene H.v.W.1), ‘onderzoeker’ en financieel specialist, tevens ad inte-rim bestuurslid van de Vereniging Kinderen uit de Japanse Bezetting en de Bersiap 1941-1949 (kortweg KJBB ’41-’49), sa-men met enkele assistenten, in 2006 een nieuw virus bedacht, maar noemt dat ‘ontdekt’. Tijdens een grote bijeenkomst van de genoemde vereniging, gaf H.v.W. het virus de naam “1.000 Euro-naar-eigen-rekening-van-W-virus”. Dat was toen nieuws en dat maanden aanhield bovendien. Een jurist n.l. zag de kans schoon om zijn geschonden imago wat op te poetsen door dat ‘virus’ via E-mails naar een flink aantal van zijn adressanten te sturen. Maar “1.000 Euro-naar-eigen-rekening-van-W-virus” was helemaal geen virus. Het betrof een gewoon mens, een betrouwbaar mens bovendien.
Toen men ontdekte dat het virusverhaal fake was, deed de busuke* bedenker ervan, die H.v.W., alsof ie van de prins geen kwaad wist. Hij riep: ‘Die juríst (hij noemde zijn naam n.l. R.v.d.W.2)) heeft dat virus uit zijn duim gezogen!’. Maar na ruim vier maanden, waarin de jurist-virusverspreider zijn gang is kunnen blijven gaan, viel de busuke virus-bedenker toch door de mand. Tijdens weer zo’n bijeenkomst van de Vereniging hierboven, mompelde hij met verstikte stem: ‘Lieve mensen, ik heb u bedrogen, de “1.000 Euro-naar-eigen-rekening-van-W-virus” is door mij bedácht’. Waarna hij in smartelijk huilen uitbarstte. Maar er was niemand die enig geloof hechtte aan het magere excuus van de huilebalk, met uitzondering van de zittende bestuursleden van de Vereniging KJBB ’41-’49, waaronder E.v.S.3).
Sudah**, dachten we. Maar nu lijkt het erop dat de Ver. KJBB ’41-’49 opnieuw met een ‘virus’ zit opgezadeld. En weer betreft het een gewoon mens, en al even betrouwbaar als de vorige. De “1.000 Euro-naar-eigen-rekening-van-W-virus” is gebleken resistent te zijn voor antibiotica (lees krokodillentranen), en is slechts een pietsje gemuteerd. Het heet nu “1.000 Euro-in-zak-van-B-virus”.

1) 2) 3) Volledige naam bij redactie bekend.
*Busuk = bedorven, rot,
**Sudah = laat maar.

 


!U bent vrij om gegevens, artikelen, gedichten enzovoorts van onze sites over te nemen voor privé gebruik, maar vermeldt daarbij wel de bron, anders zouden uw familie, vrienden en kennissen denken dat u de maker bent.

Overnemen en publiceren , in welke vorm dan ook, mag alleen met schriftelijke toestemming van auteur en Benteng Beruang.

Bronvermelding is altijd verplicht. U loopt anders gemakkelijk het gevaar dat u van plagiaat wordt beschuldigd. In het openbaar overkomt dat Adriaan van Dis nu al voor de tweede maal.

Copyright © 2006Indische Cultuur (in) Beweging en D. W. Beerling

 

 
Copyright © 2012 TjabeRawit.nl Indische Cultuur (in) Beweging en Dane Beerling
Alle rechten voorbehouden.
Banner